Het recht om vergeten te worden - Advies-balie

de Advies-balie
voor (juridisch) advies en praktische ondersteuning
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het recht om vergeten te worden

HET RECHT OM VERGETEN TE WORDEN
De Hoge Raad heeft op 24 februari 2017 het arrest van het Hof Amsterdam inzake 'Het recht om vergeten te worden' vernietigd (klik hier voor het arrest van het Hof Amsterdam d.d. 31 maart 2015). De Hoge Raad stelt dat de grondrechten van een natuurlijk persoon in de regel zwaarder wegen dan, en prevaleren boven, het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die toegang willen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten. Volgens de Hoge Raad kan dit slechts in bijzondere gevallen anders zijn, zoals in het geval dat er sprake is van redenen die inmenging op het recht op privacy rechtvaardigen.

Amsterdamse escortbaas
De eiser tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep (hierna eiser genoemd), is een Amsterdamse escortbaas. In een aflevering van het SBS6 programma 'Misdaadverslaggever' van Peter R. de Vries op 27 mei 2012, zijn camerabeelden getoond waarin eiser met een (vermeende) huurmoordenaar bespreekt hoe deze een concurrent in de escortbranche het beste kan (laten) liquideren. De 'huurmoordenaar' heeft met een balpen waar een camera in verborgen zat, in het geheim beeldopnamen van dit gesprek gemaakt. Van eiser zijn in het betreffende programma veelvuldig herkenbare beeld- en geluidsopnamen getoond. Eiser werd daarbij met zijn voornaam, het tussenvoegsel en de eerste letter van zijn achternaam aangeduid. Niet lang na de uitzending van dat programma, op 15 augustus 2012, is eiser in eerste aanleg veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van huurmoord (mede gebaseerd op de beeldopnamen). Tegen dit vonnis heeft eiser hoger beroep ingesteld.

Er verschenen diverse berichten in verscheidene media over de veroordeling van eiser en de betreffende uitzending van Peter R. de Vries. In 2013 kwam een boek uit van de schrijver Antoon Engelbertink die, geïnspireerd door het verhaal, een 'faction' boek onder de titel 'De Amsterdamse escort-huurmoord' heeft geschreven (een mix van feit en fictie). In het betreffende boek wordt wel een moord gepleegd en heeft het personage dat de moord laat plegen de volledige naam van eiser.

Google Search is de zoekmachine van Google. Naar aanleiding van opgegeven zoekterm(en) worden in de zoekresultatenlijst hyperlinks (URL's) weergegeven die verwijzen naar webpagina's, afbeeldingen, video's etc. Als de volledige naam van eiser wordt ingegeven als zoekterm in Google search dan worden verscheidene URL's weergegeven als zoekresultaat. Verwijzingen naar pagina's op Amazon.com, books.google.nl en abebooks.com waar informatie te vinden is over het 'faction' boek van Engelbertink en een URL die verwijst naar een pagina van het Algemeen Dagblad dat een bericht over de veroordeling van eiser bevat.

Nederlandse Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp)
In 1995 is in Europa de zogenaamde Privacyrichtlijn aangenomen die de basis vormt voor de Nederlandse Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). In mei 2014 heeft het Hof van Justitie van de EU in het zogenaamde Costeja-arrest geoordeeld dat ten aanzien van zoekresultaten van zoekopdrachten op een persoonsnaam bij een internetzoekmachine, zoals Google ook sprake is van het verwerken van persoonsgegevens zodat eigenaren van zoekmachines geboden zijn aan de bepalingen van de Privacyrichtlijn (en dus ook de Wbp). Aangezien op grond van de Wbp een verzoek ingediend kan worden tot verwijdering van persoonsgegevens kan een soortgelijk verzoek ook worden gedaan voor het tonen van bepaalde zoekresultaten. Dit wordt ook wel het recht om vergeten te worden genoemd. De meeste zoekmachines hebben daar een speciaal formulier voor ontwikkeld. Zo heeft Google het formulier: 'Verwijderingsverzoek voor zoekresultaten onder het recht inzake gegevensbescherming in Europa'  online gezet.

De advocaat van eiser heeft Google met behulp van dit onlineformulier verzocht om de genoemde URL's niet langer als resultaat te tonen bij het invoeren van de naam van eiser in Google Search. Google heeft dit geweigerd. Eiser is vervolgens naar de rechter gestapt en heeft verwijdering van de gegevens gevorderd op grond van de artt. 36 en 40 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en onrechtmatige daad. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Tegen het arrest van het hof heeft eiser beroep in cassatie ingesteld, Google heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld onder de voorwaarde dat een of meer van de klachten van eiser slagen.

Incidenteel beroep
Volgens het incidentele beroep heeft het Hof Amsterdam miskend dat aan de hand van r.ov. 3.5 van het arrest Google/Costeja een afweging gemaakt dient te worden van alle aan de orde zijnde grondrechten (zoals die op eerbiediging van het privéleven, op bescherming van persoonsgegevens en op vrijheid van meningsuiting en van informatie) alsmede die van de exploitant van de zoekmachine en van de auteurs en uitgevers en dat daarbij niet op voorhand een rangorde geldt.

De Hoge Raad stelt echter dat dit betoog in het incidentele beroep dat er geen rangorde geldt tussen de aan de orde zijde rechten, berust op een onjuiste rechtsopvatting. In Google/Costeja is door het Hof van Justitie bepaald dat de in art. 7 en 8 Handvest gewaarborgde grondrechten van een natuurlijk persoon in de regel zwaarder wegen dan, en prevaleren boven, het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die toegang willen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten. Volgens de Hoge Raad kan dit slechts in bijzondere gevallen anders zijn, zoals in het geval dat er sprake is van redenen die inmenging op het recht op privacy rechtvaardigen. Met betrekking tot het principale beroep stelt de Hoge Raad vast dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel haar oordeel niet naar behoren heeft gemotiveerd.

Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en verwezen naar het Hof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

Grondrechten natuurlijke persoon prevaleren boven economisch belang zoekmachine
In tegenstelling tot wat er in het arrest van het Hof Amsterdam van 31 maart 2015 (hoger beroep tegen het kortgedingvonnis van 18 september 2014) werd geconcludeerd (en in de media naar aanleiding van dat arrest) prevaleren de rechten van natuurlijke personen boven die van een zoekmachine en die van het publiek om informatie te ontvangen. En al zijn er, volgens de Hoge Raad, in bijzondere gevallen redenen te geven die inmenging op het recht van privacy rechtvaardigen. Het maakt in principe niet uit of de natuurlijke persoon in kwestie een veroordeelde crimineel of een onberispelijke zakenman is.

Uitleg over: 'In cassatie gaan'
Als je het in Nederland niet eens bent met de beslissing van het Hof dan kun je bij de Hoge Raad (het hoogste rechtsprekend orgaan van het land) in cassatie gaan. De partij die om cassatie vraagt, wordt eiser tot cassatie genoemd, de tegenpartij de verweerder in cassatie.

De gronden van beroep (de zogenaamde cassatiemiddelen) vormen de basis voor het principale beroep van de eiser. Niet alleen de eiser kan de beslissing van de lagere rechter aanvechten, ook de verweerder kan beroep aantekenen en eisen dat de genomen beslissing in haar voordeel gewijzigd wordt. Dit wordt incidenteel (cassatie)beroep genoemd.

De Hoge Raad kijkt overigens niet meer inhoudelijk naar de zaak; er wordt slechts gekeken of de wet en de overige rechtsregels door de lagere rechter goed zijn toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. Als blijkt dat de manier waarop de lage rechter het recht heeft toegepast, niet juist is geweest, onvoldoende is gemotiveerd of de motivering ondeugdelijk is geweest, kan de cassatierechter het vonnis vernietigen. In uitzonderlijke gevallen doet de Hoge Raad zelf uitspraak, maar in de meeste gevallen zal zij de zaak terug verwijzen naar een de rechter wiens uitspraak vernietigd is. Ook kan het voorkomen dat de zaak behandeld zal worden door een ander rechtbank.



Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu